|
[RSI-vereniging, maart 2006] Naar schatting lopen in Nederland twee miljoen mensen risico op RSI. In Europa zijn dat er 40 miljoen. In bepaalde sectoren of beroepsgroepen komt RSI vaker voor. Behalve werknemers hebben scholieren en studenten in toenemende mate last van RSI. Op deze pagina actuele feiten en cijfers uit betrouwbare bronnen over RSI:
Hoe vaak komt RSI voor?
- De jaarlijkse kosten voor de maatschappij door RSI bedragen circa 2 miljard (TNO 2006).
- Jaarlijks gaan 340.000 tot 675.000 werknemers naar de dokter met werkgerelateerde klachten aan arm, nek of schouder (TNO 2006).
- Tussen 2000 en 2002 is het percentage RSI-klachten onder werknemers gestegen naar 28 procent (was 26 procent). Dit betekent dat in 2002 1.960.000 Nederlanders klachten aan arm, nek of schouder hadden, een toename van 140.000 ten opzichte van 2000 (TNO Arbeid 2005).
- Een studie onder de gehele Nederlandse bevolking van 25 jaar en ouder, meldt 102.000 mannen en 111.000 vrouwen met RSI (Uit: Feiten en cijfers Aandoeningen aan het Bewegingsapparaat, 2005 (Studie Klachten en Aandoeningen Bewegingsapparaat, RIVM 2004).
- In 2003 heeft een op de vijf mensen RSI-klachten (TNO Arbeid). 1 op de 10 personen met RSI-klachten bezoekt de huisarts, 1 op de 100 mensen meldt zich langer ziek dan 3 maanden (‘Aan het werk met RSI’, Body@Work 2003).
- Van de beroepsbevolking werkt 46 procent regelmatig met een beeldscherm. Nederland staat daarmee op nummer 1 in Europa.
- Mensen die veel met het toetsenbord werken en niet met de muis rapporteren ongeveer evenveel klachten als mensen die wel veel met de muis werken (TNO, Blatter en Bongers). RSI-klachten komen het meest frequent voor bij degenen die helemaal niet met een beeldscherm werken én bij degenen die er juist 8 uur of meer mee werken (NEA 2003, TNO Arbeid).
- RSI-klachten komen in 2000 voor bij 23 procent van de werkenden. Hoe jonger, hoe meer klachten. Beneden de 35 jaar meldt een kwart RSI-klachten. Onder de 55-plussers is dit 15 procent. Daarnaast melden vrouwen vaker RSI-klachten dan mannen (http://www.cbs.nl/).
- Er worden weinig aanpassingen doorgevoerd op de werkplek: bij slechts eenderde wordt meubilair en apparatuur aangepast. Functie, werktijden en pauzes worden daarentegen bijna nooit aangepast (Coronel instituut, 2006).
- RSI-patiënten scoren qua mentale gezondheid gelijk aan de gemiddelde werkende Nederlander. Een depressie of burn-out komt onder hen ook niet vaker voor dan gemiddeld (Coronel instituut, 2006).
Wat zijn de klachten?
- Klachten zijn met name pijn, stijfheid en tintelingen/doofheid. Meer dan de helft slikt dan ook regelmatig pijnstillers (Coronel instituut, 2006).
- Beperkingen worden met name ervaren in de fysieke en sociale omgang met de omgeving, zowel op het werk als privé (Coronel instituut, 2006).
Top 5 risicosectoren (TNO, 2006)
1. Gezondheidszorg 2. Industrie 3. Onderwijs 4. Bouw 5. Handel
Nederlandse RSI-cijfers versus Europa
Uit onderzoek van de European Foundation for the Living and Working Conditions onder 15 landen in Europa blijkt dat in Nederland niet meer arbeidsgerelateerde klachten wordt gerapporteerd dan in andere Europese landen. Het gemiddelde over 15 Europese landen is 22,8 procent. In Nederland is dit 23,4 procent. Hiermee bevindt Nederland zich in de middenmoot. Arm-, nek- en schouderklachten komen vaker voor in Denemarken, Finland, Ierland, Italië, Frankrijk, Griekenland en Zweden. Zie onderstaand figuur met de prevalentiecijfers RSI-klachten in 15 Europese landen (TNO Arbeid, 2005).
 Beroepsziekte RSI
RSI is sinds 1999 een meldingsplichtige beroepsziekte in Nederland. Met ruim 40 procent zijn aandoeningen aan het bewegingsapparaat de meest gemelde beroepsziekten. Voor het melden van RSI hanteert het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten het Europese criteriadocument voor de arbeidsgebondenheid van aandoeningen aan de bovenste ledematen (bij insiders beter bekend als het ‘Saltsa-rapport’). Het signaleringsrapport beroepsziekten 2004 laat een dalende trend in RSI zien (zie figuur, bron Signaleringsrapport Beroepsziekten 2004, pagina 27). Daarnaast wordt gesignaleerd dat oudere werknemers aanzienlijk vaker werkgebonden aandoeningen aan het bewegingsapparaat ontwikkelen.
 In 2003 waren er 1723 meldingen van RSI. Dit is 8 procent minder dan in 2002. Volgens het rapport kan de daling duiden op het succes voor de aandacht van preventie binnen bedrijven. Maar mogelijk hebben ook de arboconvenanten en de invoering van de Wet Poortwachter per 1 april 2002 deze ontwikkeling versterkt. Echter, beroepsziekten worden in de praktijk nog lang niet altijd gemeld. Cijfers van TNO Arbeid melden een toename van klachten. Klachten leiden in ieder geval niet per definitie tot ziekmelding of uitval. Het Signaleringsrapport Beroepsziekten 2003 stelt duidelijk dat werkdruk alleen niet kan leiden tot RSI.

Omvang verzuim en WAO door RSI
- Driekwart van de leden van de RSI-patiëntenvereniging werkt. (Coronel instituut, 2006).
- Vijftien procent van de werknemers krijgt door het werk klachten aan arm, nek of schouder (TNO, 2006)
- Gemiddeld verzuimpercentage door RSI: 5 procent. In de transportsector meldt 9,2 procent van de werknemers zich ziek in verband met RSI-klachten (Tijdschrift voor Bedrijfs- en Verzekeringsgeneeskunde, 2006).
- De Nederlandse Enquête Arbeidsomstandigheden 2003, gecoördineerd door TNO Arbeid, geeft informatie over onderwerpen op arbo-gebied. Het rapport meldt dat 7 procent van de werknemers in de drie maanden voorafgaand aan de enquête hebben verzuimd als gevolg van RSI-klachten. Werknemers die zijn blootgesteld aan een bepaalde vorm van fysieke belasting rapporteren duidelijk meer RSI-klachten. Ook verzuimen zij vaker vanwege deze klachten, dan werknemers die niet hebben te maken met deze specifieke vorm van fysieke belasting. Zie figuur.
- RSI maakt 6 procent uit van de oorzaak van WAO-instroom. In de ICT-sector is dat het dubbele: 12 procent (http://www.arbobondgenoten.nl/, maart 2005).
Ziekteverzuim door RSI (http://www.cbs.nl/): - 1997-19% - 1998- 16% - 1999- 21% 2000-23%
 2002 2001 2000 1999 Aantal mensen in de WAO door RSI 5.228 6.217 5.274 4.272 WAO% van totaal 0,068% (92.387) 0,080% (104.131) 0,069% (100.193) 0,056% (91.517) WAO-aandeel 5,7% 6% 5,3% 4,7%
Bekende risicogroepen Beroepsgroepen of sectoren waar RSI-klachten veelvuldig voorkomen zijn:
- agrarische sector, beeldschermwerkers, callcentermedewerkers en telefonisten, doventolken, ICT’ers, journalisten, kappers, koks, laboratoriummedewerkers, loodgieters, metaalindustrie, metselaars, musici, laders en lossers, naaisters, schilders, schoonmakers, secretaresses, slagers, tandartsen, timmerlieden.
- Behalve werknemers lopen met name scholieren en studenten risico op RSI.
Enkele sectorgegevens Omvang Bron Grafimedia 33,3% Signaleringsrapport beroepsziekten 2004 Beeldschermwerkers 31% FNV september 2003 Kappers 49% FNV september 2003 Vleessector 43% FNV september 2003 ICT 25% http://www.arbobondgenoten.nl/ en Nederland ICT maart 2005
Jaarlijks 105.000 verzuimdagen door RSI
Jaarlijks 120 medewerkers in de WAO door RSI
Bronnen
- TNO rapport ‘Gezondheidsschade en kosten als gevolg van RSI en psychosociale arbeidsbelasting in Nederland’, augustus 2005 (gepubliceerd februari 2006)
- Arbobalans 2004 download hier
- Signaleringsrapport Beroepsziekten 2004 doawnload hier
- Nederlandse Enquête Arbeidsomstandigheden 2003 download hier
|