Blog

Toch maar weer een 'Ai'Phone

Chris rond kleindoor Chris




Toen ik hevige RSI had, meed ik computers en alles wat daarop leek. Ook iPads, iPhones en andere aai apparatuur. Dat geveeg over zo’n schermpje verergerde mijn klachten. Sterker nog, als ik een ander zag aaien over een schermpje, joegen de pijnscheuten al door mijn armen terwijl ik zelf niet eens bewoog. Juist dat bracht mij op het idee dat het pijnsignaal uit mijn brein kwam en dat alleen een aanpak die daarop gericht was zou kunnen helpen. Vandaar mijn keuze voor de graded exposure therapie  bij het AzM.

Op mijn werk heb ik me jarenlang verzet tegen een mobiele telefoon. Ik bedoel, als ik niet achter mijn bureau met vaste telefoon zit, dan ben ik dus in vergadering, op het toilet, heb pauze of ben vrij. In al die gevallen wíl ik telefonisch niet bereikbaar zijn. Maar… Bezuinigingen.

Ik was tenslotte de laatste der Mohikanen, zónder mobieltje. Dat kostte teveel secretariële achtervang. Ik moest dus aan de iPhone.

Zo’n priegel veegschermpje met veel te veel opties waar je met RSI helemaal niet op zit te wachten. Het ding als telefoon aan mijn oor houden deed al pijn aan mijn arm, dus ik kocht een bluetooth headsetje voor in mijn rechteroor. Op mijn linkeroor zat dan de koptelefoon van de Dragon spraaksoftware headset. Zie je het voor je? Die spraak headset moest ik dan wel weer uit zetten als ik een telefoontje kreeg, anders typte de spraaksoftware mijn telefoongesprek keurig uit midden in het document waarin ik bezig was.

Die 'Ai'Phone gaf stress. Voordat ik dat ding had, las ik pas mijn mail als ik achter mijn PC op mijn werk zat. Dat was dus na het weekend, na de vakantie of aan het begin van een werkdag.Met die iPhone zag ik mijn werkmail altijd. Ik was te nieuwsgierig om ‘m uit te zetten en te plichtsgetrouw om niet á la minute te antwoorden. Ik had een spraak-appje van Dragon op het ding geïnstalleerd, maar dat werkte niet zo goed als de spraakdraak op mijn PC. Ik moest dus vaak priegelend pijnlijke correcties maken.

Wat een opluchting om de iPhone weer in te mogen leveren na mijn ontslag. Wat een rust! Met mijn simpele privé mobieltje zonder internet of e-mail kon ik nog bellen en sms-en. Dat was wel even genoeg.

Een half jaar duurde mijn rust. Toen begon mijn stokoude mobieltje kuren te krijgen en moest ik een nieuwe uitzoeken. De RSI was in Maastricht inmiddels verholpen en ik begon als zelfstandig ondernemer. Met enige tegenzin toch maar weer een iPhone gekozen. Ik kende dat onding immers en ik vond sommige toepassing toch wel handig, zoals de NS-reisplan app, de Insight timer en de hardloop-app. In no-time kwamen daar appjes voor Facebook, Twitter, LinkedIn, WordPress etcetera bij. Daar ging mijn rust!



 Chris rond klein  Chris is een actief lid van de RSI-vereniging, voormalige ambtenaar en tegenwoordig een freelance tekstschrijver. Ze houdt van koken en is bijzonder gek op Aziatische gerechten.

Crashtest: is mijn RSI echt weg?

Chris rond kleindoor Chris




Ja, dûh! Natuurlijk heb je nu geen last van RSI, je bent ook niet aan het werk! Dat was mijn “ja-maar” stemmetje, dat er nog niet bepaald van overtuigd was dat mijn RSI definitief over was na de behandeling in Maastricht.

Ik ben gestart met de exposure-therapie in Maastricht toen ik al een paar weken niet meer werkte. Ik stond namelijk op non-actief vanwege een conflict over de RSI.
Toen ik na zes weken klaar was met de behandeling, was ik nog steeds niet aan het werk. Dat gebeurde ook niet meer bij die werkgever, ondanks dat de behandeling in Maastricht heel succesvol bleek.

Ik was superblij dat ik zonder pijn weer een muis kon hanteren. Dat deed ik dan ook weer, in de bieb, of af en toe thuis. Maar dat is geen werken! Nadat het conflict op mijn werk netjes was opgelost en ik ontslag had genomen, nam ik drie verschillende vrijwilligersbaantjes, om me te oriënteren op mijn loopbaan. Maar ook daar bracht ik relatief weinig tijd achter de computer door.

Begin dit jaar kon ik testen of mijn RSI echt verdwenen was. Ik, als ex-RSI patiënt fase ‘hopeloos’ (volgens de bedrijfsarts), besloot uitgerekend om als freelance tekstschrijver te starten. De dood of de gladiolen!

Als startende ondernemer begon ik met het maken van een website in WordPress. Klik, klik, no problem! Samen met een vriendin startte ik een foodblog over Aziatisch koken. Ook geen enkel probleem voor mijn armen.

Toen kwam de echte crashtest, mijn eerste opdrachtgevers! Ik werd ingehuurd als tekstschrijver voor grote aanbestedingen in de bouw en infrastructuur. Miljoenenprojecten, moordende deadlines, grote teams met tig techneuten, complexe materie…

In mijn autootje, en met mijn snelle nieuwe laptop, scheurde ik hypervroeg naar de aannemer. Zat ergonomisch zeer onverantwoord op een gewone stoel aan een vergadertafel.

Razendsnel typte ik een leesbaar verhaal van hun inhoudelijke input en lardeerde dat met tabellen en stroomdiagrammen. ’s Avonds duizelig van de concentratie weer in de file. Laat thuis, snel eten, slapen en om half zes weer door!

De eerste week dat ik dit deed, kreeg ik een béétje last van mijn armen. Maar…, ik herinnerde me mijn lessen vanuit het AZM nog goed. Niet catastroferen ! Het is vrij normaal dat je wat last krijgt na zo’n manische week. Dus, ik beschouwde het zoals ik spierpijn beschouw na het sporten. Je voelt het wel, maar niks om je zorgen over te maken. En inderdaad was de pijn net zo snel als spierpijn weer vertrokken.

Inmiddels ben ik bijna een jaar als zelfstandig tekstschrijver aan de slag. De aannemers weten mij goed te vinden. Ik moet regelmatig nee zeggen omdat ik de komende weken vol zit. En de RSI komt niet meer terug!



 Chris rond klein  Chris is een actief lid van de RSI-vereniging, voormalige ambtenaar en tegenwoordig een freelance tekstschrijver. Ze houdt van koken en is bijzonder gek op Aziatische gerechten.

Educatie over pijn

Chris rond kleindoor Chris

(Deze blog is voor het eerst verschene
n in het RSI-magazine van maart 2014.)



Ik zit in de trein van Maastricht naar huis. Ik heb de eerste therapiesessie van twee uur gehad. Van een gedragstherapeut, een ergotherapeut en een stagiaire kreeg ik met behulp van een whiteboard educatie over pijn.

De gedragstherapeut heet dr. Jeroen de Jong. Hij is revalidatieonderzoeker en heeft mede met Prof. dr. Johan Vlaeyen, inmiddels werkzaam voor de Universiteit van Leuven, de graded exposure-therapie voor chronische pijn ontwikkeld. Hij leent me zijn boek uit met de titel ‘Pain-related fear, exposure-based treatment of chronic pain’.

Er is onderscheid tussen acute pijn en chronische pijn. Acute pijn treedt plotseling op, het is een alarmsignaal voor mogelijk letsel waardoor je de belasting verlaagt en rust neemt zodat genezing kan optreden.

Bij chronische pijn die langer dan drie maanden bestaat is meestal geen lichamelijke schade of letsel (meer) aanwezig. Het is een vervelende stoorzender en met rust en ontzien wordt het niet beter, maar juist slechter. Rust roest.

Aspecifieke RSI, dat is RSI zonder fysiek te vinden oorzaak, is een chronische pijn. Door deze pijn als een alarmsignaal te benaderen in plaats van als de stoorzender die het werkelijk is, wordt de pijn juist in stand gehouden. Je eigen pijnvermijdende gedrag kan het probleem paradoxaal genoeg dus juist verergeren. Daarom is de therapie niet biomedisch maar gedraggeoriënteerd. Mij werd verzekerd dat de pijn er echt is, het is niet ingebeeld en geen aanstelleritis.

Dr. de Jong merkte op dat ik een mindfulnesscursus had gedaan. Hij leek verbaasd dat ik nu nog steeds klachten had. Ik wist dan toch dat ik pijn, angst of spanning kon waarnemen, accepteren en loslaten? Nou dan! Ik voel me een beetje op mijn vingers getikt. Tja, ik ben nog geen verlichte boeddha, nee, helaas. Ik heb nog maar even niet verteld dat ik al jaren gedisciplineerd mediteer.

Toch registreer ik bij mezelf wel hoe vaak ik loop te piekeren, hoe ik alles maar probeer onder controle te houden. Achteraf gezien weet ik weer hoe gefrustreerd en schuldig ik me voelde, als ik op mijn werk los was gegaan met muis en toetsenbord en ik dat moest bezuren met veel pijn.

De uitleg over de vicieuze cirkel geeft mij inzicht dat ik de pijn een te grote rol geef in mijn leven. Ik pas mijn leven en mijn werkzaamheden teveel aan op die pijn. Alles wat je aandacht geeft groeit, en misschien is de pijn daarom uitgegroeid tot een monster dat bij het minste of geringste begint te brullen. Het zit allemaal in het brein.

Moedeloos word ik van het gegeven dat als je gestrest of opgefokt bent, dat de RSI geen goed doet. Tja, ik ben een gedreven perfectionist en als zodanig een enorme stresskip. Ik heb al van alles geprobeerd -en doe er nog van alles aan - om dat te verbeteren, waaronder mediteren.

Jeroen de Jong zei doodleuk: “Geef die strijd op!” Ook daar zit een paradox.

Alleen als je kunt accepteren dat je een stresskip bent en het los kunt laten is er pas ruimte voor ontspanning. Oké, dus als ik ophoud met vechten tegen de RSI en de stress, dan is een oplossing mogelijk. Loslaten, pfff! Weet je hoe lastig dat is voor een controlfreak als ik?

Naast de psycho educatie gaan we ook nog wat doen. Ik krijg zo’n honderd foto’s te zien met afbeeldingen van mensen die allerlei activiteiten uitvoeren. Iedere foto moet ik op een thermometer leggen. Hoe warmer ik het krijg van het idee die activiteit uit te moeten voeren, hoe hoger de temperatuur.

Muizen en werken met toetsenbord scoren uiteraard hoog bij mij. Tot mijn verrassing komen er toch nog wat activiteiten bij die ik stiekem al jaren vermijd, strijken bijvoorbeeld.

Ik roep altijd wel heel stoer dat strijken een activiteit is voor mensen met teveel vrije tijd, maar alleen al het vasthouden van zo’n zwaar strijkijzer doet mij eigenlijk gewoon verrekte zeer. Autorijden doe ik wel, maar geen lange stukken. De 200 kilometer naar Maastricht doe ik daarom lekker met de trein. “Dat is dan een mooie exposure-oefening voor de volgende keer!” , oppert ergotherapeut Daniëlle.

Een bal bovenhands gooien, ramen wassen, tennissen, met mijn gewicht op mijn handen steunen tijdens het sporten: het zijn allemaal activiteiten waar ik het wel warm van krijg. Ik weet dus ook meteen wat mij volgende keer te wachten staat als we exposure-oefeningen gaan doen… Ik hoop niet dat ik ramen moet gaan wassen of lakens van het ziekenhuis moet gaan strijken!



 Chris rond klein  Chris is een actief lid van de RSI-vereniging, voormalige ambtenaar en tegenwoordig een freelance tekstschrijver. Ze houdt van koken en is bijzonder gek op Aziatische gerechten.

Ik start met de Exposure-therapie

Chris rond klein
door Chris

(Deze blog is voor het eerst verschene
n in het RSI-magazine van november 2013.)

Volgende week mag ik eindelijk beginnen! Na een halfjaar wachtlijst, verschillende bezoeken aan de revalidatiearts, een intake bij een psycholoog en een pijnscreening, start ik met de graded exposure-therapie in het academisch ziekenhuis Maastricht (azM). Ik heb al jaren last van RSI, maar ik red me tegenwoordig behoorlijk, vooral dankzij mijn spraakdraak: de spraaksoftware van Dragon. Ik vreesde al dat mijn geval niet ‘ernstig’ genoeg zou zijn voor behandeling. Ik heb de RSI redelijk onder controle, maar toch, over is het niet. Ik kan geen 3 minuten muizen zonder de rest van de dag pijn te hebben.

Al heb ik in vijf weken vakantie geen pc aangeraakt en ben ik bijna pijnvrij, de eerste dag op mijn werk vlamt de pijn weer op. Ook als ik ergens van schrik, gespannen ben en zelfs als ik intensief met iemand meekijk die muist, dan schiet de pijn in mijn armen. Dat gaf mij toch sterk het vermoeden van een soort Pavlov-effect of fantoompijn. Mijn hersenen zenden pijnsignalen uit bij het minste of geringste. Zelfs als ik niet eens zelf achter de pc zit. Mijn brein lijkt ontspoord en dat is de reden waarom ik graag in therapie wil in Maastricht.

Revalidatiearts Marjon van Eijsden van het Academisch ziekenhuis Maastricht (azM) is gepromoveerd op RSI. Haar proefschrift heeft als titel Risks and recommmendations in work-related upper limb disorders.

Uit haar onderzoek blijkt dat stressvolle werksituaties en een perfectionistische instelling vaak ten grondslag liggen aan RSI. Overdreven angst voor pijn houdt de klachten in stand.

Psychologische en gedragstherapeutische behandeling is dan aangewezen. Ik vrees dat ik me wel een beetje herken in dat perfectionistische, gedreven, tikkie neurotische type…

Dr. Van Eijsden heeft zelf ook RSI gehad, dus ze is ervaringsdeskundige. Ze adviseerde om haar boek Behandeling en preventie van RSI, uit 1998, vooral niét te lezen. Dit is volgens haar volledig achterhaald door de nieuwe inzichten over RSI. De huidige therapie is niet gericht op de pijn, maar op de gedachten en de emoties over de pijn. Door een vicieuze cirkel van pijn, gedachten, emoties (o.a. angst voor pijn) en gedrag (zoals vermijden van activiteiten) wordt de pijn in stand gehouden.

Met de graded exposure-therapie word je uitgedaagd om activiteiten te doen die je vanwege de pijn juist vermijdt.

Zo kan de vicieuze cirkel worden doorbroken en kan herconditionering plaatsvinden. Het brein kan geleerd worden om onschadelijke activiteiten niet zo op te blazen met overdreven pijnsignalen. Het doel is om meer te kunnen met dezelfde hoeveelheid pijn. Shit, ik wil toch ook wel erg graag minder pijn hebben! Maar de artsen zijn onverbiddelijk. Minder pijn kan een bijkomend effect van de therapie zijn, maar dat mag absoluut geen doel zijn als je eraan begint.

Het is een vreemde paradox. Maar er is hoop: Dr. van Eijsden vertelde dat ze patiënten heeft gehad die alleen al door het inzicht na één gesprek van hun klachten afwaren. Wow, zo’n quick fix wil ik ook wel! Ik loop er al lang genoeg mee te sukkelen. Mijn RSI ellende begon met twee tennisellebogen in 2010. Met fysio en gewoon doorbikkelen op mijn werk werd het echter niet beter.

Ik werk als senior beleidsadviseur bij een gemeente en ontwikkel aan de lopende band beleidsnota’s en andere bestuurlijke schrijfsels. Veel beeldschermwerk dus. In de zomer van 2011 hield dat even helemaal op.

Ik belandde in de ziektewet. Na drie maanden thuis ging ik met hulp van een Top-Care traject weer aan de slag. De tennisellebogen waren genezen, maar ik bleef pijn houden in beide armen.

Een half uur achter de pc was al teveel, dus ik zocht naar andere opties om mijn werk te kunnen doen. Dat werd eerst hulp van een secretaresse en vanaf zomer 2012 spraaksoftware. Dat bleek een uitkomst. Ik moest er wel voor naar een andere etage verhuizen, zodat ik een kamer voor mij alleen had en ik ongestoord tegen mijn pc kon kletsen. Een eigen kamer vond ik geen ramp, aangezien ik in zo’n hectische kantoortuin niet echt floreer.

Met spraakdraak en eigen kamer bleef ik pijn houden, maar ik kon wel weer mijn werk doen. Nog geen 8 uur per dag, maar dat moest ik nog opbouwen. Vandaar de therapie in Maastricht. Ik ben nu 39, dus ik mag nog heel wat jaartjes werken tot mijn pensioen. Ook al is Maastricht niet naast de deur, het lijkt me een goede investering in mijn toekomst.

De therapie zal zwaar worden, is mij verzekerd.

De pijnklachten zullen in eerste instantie flink toenemen met de toenemende belasting. Maar ik krijg de garantie dat de pijnklachten tijdens de therapie weer zullen afnemen tot tenminste het niveau van nu. Ik ga ervoor!



 Chris rond klein  Chris is een actief lid van de RSI-vereniging, voormalige ambtenaar en tegenwoordig een freelance tekstschrijver. Ze houdt van koken en is bijzonder gek op Aziatische gerechten.

Steun RSI-vereniging

Nog geen lid?