Zoek op internet wat RSI is en je vindt 1001 verschillende beschrijvingen. Bovendien bestaan er nationaal en internationaal nog vele andere termen voor dezelfde of vergelijkbare groep aandoeningen. Denk aan Arbeidsgebonden Klachten aan het Bewegingsapparaat, Occupational Overuse Syndrome, KANS (Nederlands) of CANS (Engels) en meer. RSI lijkt wereldwijd echter de meest gebruikte en bekende term. RSI staat voor Repetitive Strain Injury. RSI op zich is geen ziekte, maar een begrip voor een bepaalde mate van aandoeningen en klachten in het werkgebied van RSI.

Bekijk dit filmpje van Jip Driehuizen, waarin hij duidelijk uitlegt wat RSI is, of deze clipphanger van de NTR (NPS, Teleac en RVU).


Waarom heten we RSI-vereniging?

Kans is een mooi woord en het staat sinds een paar jaar ook als afkorting bekend voor Klachten arm, nek en schouder. Onder medici begint de term KANS ingeburgerd te raken als vervanger van het aloude RSI. Regelmatig krijgen we dan ook de vraag of onze vereniging niet mee moet gaan met de tijd en zich KANS-vereniging moet noemen.

Die naam roept niet alleen onbedoeld lollige associaties op – een vereniging voor mensen die casino’s bezoeken? – maar breekt de goede associaties af die we als RSI-vereniging juist hebben opgebouwd. Voorbeeld hiervan is de taakgerelateerdheid en het brede internationale karakter van RSI. Beide raken we kwijt als we ons omdopen tot KANS-vereniging.

RSI is een wereldwijd begrip. Journalisten, patiënten, artsen, behandelaars én beleidsmakers snappen allemaal precies waar we het over hebben als we de term RSI gebruiken. De Nederlandse Gezondheidsraad heeft RSI in 2000 vrij precies omschreven in een uitgebreid rapport. Het begrip is zozeer ingeburgerd dat het NRC het tegenwoordig niet meer als afkorting schrijft, maar met kleine letters. De bekendheid van RSI als begrip geldt zelfs in Engeland, Australië, Amerika en verder. KANS is als term alleen binnen Nederland bekend, en dan nog alleen op het terrein van artsen en behandelaars. Onderzoekers gebruiken de term bewust niet. Buiten het medische domein zijn er ook weinig mensen die de verschillen tussen RSI en KANS begrijpen.



RSI versus KANS

KANS en RSI betekenen en zijn absoluut niet hetzelfde. RSI heeft van oudsher de associatie dat het om werkgerelateerde of taakgerelateerde klachten gaat, door het woord Repetitive in de naam. Bij KANS is hiervan geen sprake: het gaat om klachten, ongeacht hoe die klachten ontstaan zijn. In de toelichting op KANS kun je wel terugvinden dat het om niet-traumatische klachten gaat, dus klachten die het gevolg zijn van een auto-ongeluk of een operatie vallen er niet onder.

RSI wordt wereldwijd gebruikt. De term is overal ingeburgerd: bij kranten en tijdschriften, behandelaars, bedrijfsartsen, werkgevers, vakbonden, rechtszaken en bij de mensen die het zelf hebben. KANS is voornamelijk bij artsen en behandelaars een inmiddels redelijk bekend begrip.



Modeziekte?

Aan de term RSI kleeft wel het bezwaar dat sommige mensen een associatie hebben met een modeziekte, of iets dat tussen de oren zit. Nog steeds zijn er mensen die denken dat als er geen aandacht is voor RSI, de bijbehorende klachten vanzelf zullen verdwijnen. Helaas, was het maar waar! Het aantal mensen onder de Nederlandse beroepsbevolking dat last heeft van RSI-gerelateerde klachten zit al twintig jaar op hetzelfde niveau van 25%, ongeacht de hoeveelheid aandacht in de media en op de werkvloer.

Onderzoek in het buitenland laat zien dat ook in Afrikaanse landen als Soedan RSI-gerelateerde klachten veel voorkomen, zonder dat er daar in kranten een woord over geschreven wordt. In Australië tenslotte is de term een aantal jaren geleden volledig uitgebannen, maar daar bleven de klachten onverminderd bestaan, alleen onder een andere naam.



Waarom is KANS ook nodig?

We hebben niets tegen het gebruik van de term KANS door artsen en behandelaars. Sterker nog, we juichen KANS toe. Waarom? Omdat achter deze term een methodiek zit om een goede diagnose te stellen én een adequate behandeling te geven voor RSI-gerelateerde klachten. De RSI-vereniging heeft dan ook van harte meegewerkt aan het opstellen van een KANS-richtlijn die verbeteringen belooft voor diagnose en behandeling van RSI-gerelateerde klachten. Brede acceptatie van deze richtlijn zal concrete verbetering betekenen voor veel RSI’ers.

Ten eerste omdat goed onderscheid wordt gemaakt tussen specifieke en aspecifieke klachten, en uitgebreid is beschreven hoe je de specifieke klachten kunt herkennen. Ten tweede omdat wordt aangedrongen op nader onderzoek als na een aantal maanden de klachten met standaard behandelingen als oefentherapie niet verdwijnen. Uit onderzoek en praktijkervaringen blijkt dat aspecifieke RSI-gerelateerde klachten soms toch uit een specifiek probleem voortkomen. Die specifieke problemen zoals Dupuytren of De Quervain zijn vaak goed te diagnosticeren en met eenvoudige operaties te verhelpen. Ook komt het voor dat er een ander soort medisch probleem speelt, zoals schildklierproblemen, osteoporose of tumoren, die niet worden ontdekt als niet wordt doorgezocht.

KANS helpt behandelaars ook om met elkaar te communiceren over behandelplannen bijvoorbeeld, en behandelingen beter op elkaar af te stemmen. KANS verdient dus zeker een kans, omdat KANS onze RSI-gerelateerde klachten serieus neemt.



Algemene beschrijving RSI

RSI is een verzamelnaam voor klachten, symptomen en syndromen die voorkomen in bovenrug, nek- en schoudergebied, armen, ellenbogen, polsen, handen en vingers. Op deze webpagina van Solvo, of die van Gezondheidsplein kun je lezen wat RSI is, welke symptomen er zijn en welke behandelingen je zouden kunnen helpen.
De klachten worden doorgaans veroorzaakt door repeterende bewegingen, een langdurige statische houding of een combinatie van beide. Verder kunnen persoonsgebonden en werkgebonden factoren een belangrijke rol spelen bij het ontstaan, verergeren of het in stand houden van RSI. RSI komt in veel beroepsgroepen voor.

Wetenschappelijke omschrijving

In opdracht van de minister van Volksgezondheid en de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een commissie van de Gezondheidsraad onderzoek gedaan naar de stand van de wetenschap betreffende RSI. In 2000 heeft deze commissie daarvan rapport (download hier) uitgebracht en onder meer een wetenschappelijke definitie van RSI geformuleerd.
Bij een complexe aandoening als RSI past de volgende complexe omschrijving:

RSI is een tot beperkingen of participatieproblemen leidend multifactorieel bepaald klachtensyndroom aan nek, bovenrug, schouder, boven- en onderarm, ellenboog, pols of hand, of een combinatie hiervan, gekenmerkt door een verstoring van de balans tussen belasting en belastbaarheid, voorafgegaan door activiteiten met herhaalde bewegingen of een statische houding van een of meer van de genoemde lichaamsdelen als een van de veronderstelde etiologische factoren.



Het klachtenverloop

Het gebruik van de drie fasen om de mate van ernst van de klachten of problematiek aan te duiden is vrij ingeburgerd, bij zowel patiënten als behandelaars. Volgens het rapport van de Gezondheidsraad is deze veel gebruikte indeling onduidelijk vastgelegd en bestaat er geen duidelijke relatie tussen de verschillende fases en de prognose van de klachten. Wel onderkent de commissie het bestaan van verschillende gradaties van ernst van de RSI-klachten. Beginnende klachten worden gekenmerkt door de symptomen zonder dat sprake is van participatieproblemen. In een tweede stadium staan participatieproblemen centraal. Ten slotte is er een stadium waarin chronische pijnklachten domineren. De RSI-vereniging en de medische wereld nemen steeds meer afstand van de algemeen gebruikte fasen-indeling. De belangrijkste reden is dat deze tot verkeerde conclusies kan leiden, zowel voor de ernst en de aanpak, als voor de prognose.


Het is een misvatting dat het klachtenverloop van fase 1 naar 2 en 3 altijd geleidelijk verloopt. Beginnende klachten kunnen zich ook in heel korte tijd ontwikkelen tot ernstige klachten.
Een andere verkeerde indruk die zou kunnen ontstaan is dat langdurig beginnende klachten minder ernstig zouden zijn dan het hebben van tijdelijke ernstige klachten. Tijdige behandeling blijft van groot belang.
Het klachtenverloop kan enorm verschillen per persoon. De genoemde klachten worden in het algemeen wel herkend, maar daaruit blijkt niet precies in welke fase iemand verkeert. Dit mag geen gevolgen hebben voor de aanpak van de klachten.
Tenslotte de belangrijkste misvatting: in het verleden werd aan fase 3 vaak de prognose onherstelbaar gekoppeld. Dit vooruitzicht kan leiden tot depressie en berusting. De overgrote meerderheid herkent een - langzame doch zekere - progressie naar herstel.

 

Diagnostiek: specifieke en aspecifieke RSI

 

Onder de paraplu van RSI vallen veel diagnoses. Tot de specifieke RSI kunnen we de aantoonbare aandoeningen rekenen zoals tendinitis, epicondylitis, Thoracic Outlet Syndroom (TOS), Carpaal Tunnel Syndroom, Rotator Cuff Syndroom, Tension Neck Syndroom en De Quervain syndroom. Aspecifieke RSI is een vorm van RSI waarbij geen specifieke aandoeningen worden gevonden. Het is uiteraard wel van belang dat goed onderzoek naar specifieke én aspecifieke aandoeningen wordt gedaan. Helaas blijft dat in de praktijk nog vaak achterwege. De Gezondheidsraad gaat uit van een verhouding van 87% aspecifieke RSI en 13% specifieke RSI. Bij beter onderzoek naar de aandoeningen zou deze verhouding wel eens heel anders kunnen liggen.

Het RSI-centrum omschrijft RSI als een koepeldiagnose. Zij vermelden dat veel onderzoeken kunnen bijdragen tot het stellen van de diagnose RSI, zoals een beschrijving van de voorgeschiedenis en klachten, een functieonderzoek en door het uitsluiten van andere aandoeningen. Een duidelijk inzicht in de klachten en de juiste behandeling zijn noodzakelijk, aldus het RSI-centrum.

In februari 1998 zijn, in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, richtlijnen opgesteld voor de vaststelling van arbeidsgebonden aandoeningen aan het bewegingsapparaat van de bovenste extremiteiten. Met deze richtlijnen kan het verband tussen een ziekte en arbeid worden vastgesteld. Deze richtlijnen zijn terug te vinden in het Saltsa rapport, opgesteld door het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten/Coronel Instituut voor Arbeid, Milieu en Gezondheid van het Academisch Medisch Centrum van de Universiteit van Amsterdam.



Werkdefinitie RSI

Hoe is RSI te herkennen? Wat is het klachtenpatroon van RSI? Om de herkenbaarheid van RSI te verbeteren bij de mensen die er last van hebben lanceren Jip Driehuizen & Carien Karsten in hun boek Omgaan met RSI: hoe je voorkomt dat het chronisch wordt een nieuwe werkdefinitie van het RSI-syndroom.
Deze beschrijving geeft een praktisch en herkenbaar beeld op welke wijze de klachten zich voordoen en wij vinden het boek daarom het vermelden waard. Let wel: ook als je het onderstaande niet volledig herkent, kan er toch sprake zijn van RSI-klachten. Meer informatie over het klachtenverloop.

Volgens Jip Driehuizen & Carien Karsten in Omgaan met RSI: hoe je voorkomt dat het chronisch wordt (2002) is er sprake van het RSI-syndroom als:

  • de klachten langer aanwezig zijn dan ongeveer zes weken.
  • er sprake is van pijn of onaangename, vage gevoelens, dove gevoelens of tintelingen op in ieder geval meer dan een van de volgende locaties: een bepaald plekje tussen de schouderbladen, in de schouderspier, rond het schoudergewricht, rond de ellenboog (links, rechts of beide), in de onderarm (rugzijde, voorzijde of beide), in de pols of in een of meer vingers.
  • de klachten verergeren snel door fijne bewegingen en lang in dezelfde houding zitten. Het meest genoemd zijn: computerwerk en autorijden. Vaak verergert de pijn na de klus.
  • de klachten worden geprovoceerd bij kracht zetten met de handen (wringen, tillen).
  • Klachten kunnen zich manifesteren in gespannen omstandigheden (bij stress).

Klachten ontstaan vaak tijdens of juist na een periode van toewijding aan een bepaalde taak, drukte en/of stress. Door rust nemen de klachten af, maar deze komen bij aanvang van de provocerende handelingen direct terug. Er is soms sprake van onhandigheid: het handschrift is bijvoorbeeld minder mooi of men laat dingen vallen.



Aandachtspunten bij lichamelijk onderzoek

Bij goed lichamelijk onderzoek vindt de hulpverlener:

  • een hoge spanning van de nek-/schouderspieren en vaak ook van de onderarmspieren.
  • pijnlijke punten bij het aanraken tussen de schouderbladen, op de schouderspier, rond de schouder en op de rugzijde van de onderarm.
  • vaak een stram verlopende polsbeweging.
  • heel vaak een verminderd elastisch gewrichtskapsel van het schoudergewricht.
  • een prikkelbare grote zenuwstreng in de arm bij rek.
  • minder goede doorbloeding van de arm bij heffen van die arm.
  • soms een verminderd vermogen tot het uitvoeren van (heel) fijne motorische bewegingen.


Bron: Jip Driehuizen & Carien Karsten in Omgaan met RSI: hoe je voorkomt dat het chronisch wordt, 2002

 

Steun RSI-vereniging

Nog geen lid?