Risicofactoren

RSI wordt altijd door meer factoren veroorzaakt. De combinatie van risicofactoren kan voor iedereen weer anders zijn. Daarom is het van belang dat iedereen zich bewust wordt van zijn/haar persoonlijke risico's. In het algemeen geldt dat fysieke risicofactoren worden gezien als primaire factoren voor RSI. Andere factoren kunnen doorslaggevend zijn voor het krijgen van RSI, RSI bevorderen, RSI versterken of zorgen voor instandhouding hiervan. De risicofactoren worden verdeeld in drie groepen:

Persoonsgebonden factoren

Het is bekend dat RSI vaker voorkomt bij vrouwen en jongeren.
Verder zijn er de volgende persoonsgebonden factoren die invloed hebben op het krijgen van RSI:

  • lichaamsbouw
  • verminderde conditie
  • hypermobiliteit
  • plichtsgetrouwheid
  • hoge eisen stellend aan werk
  • gemotiveerdheid

Omgevingsgebonden factoren

Een goede werkomgeving is van belang voor prettig en gezond werken. Ongunstige omstandigheden, zoals bijvoorbeeld teveel zonlicht, overdaad aan geluid, koude, tocht of het gebruik van slecht functionerende apparatuur hebben invloed op de houding. Een gespannen of verkrampte houding leidt simpelweg tot een verminderde doorbloeding.


Andere factoren in de arbeidsomgeving zijn:

  • samenwerking met collega’s
  • kwaliteit van leiding/management
  • teveel of gebrek aan sociale contacten
  • bedrijfscultuur
  • weinig autonomie (zeggenschap) over het werk
  • werkstress (deadlines)
  • hoog werktempo door te hoge werkdruk
  • hoge werkbelasting en daardoor hoge mentale eisen

Activiteitsgebonden factoren

Het is bekend dat een kortdurende, hoge belasting van bijvoorbeeld enkele maanden sneller tot klachten leidt dan een langdurige, lage belasting. Ook het aantal werkuren per week is van invloed: wie 20 tot 34 uur werkt, heeft 1,5 maal zo grote kans op RSI dan wie minder dan 20 uur per week werkt. Wie langer dan 35 uur werkt heeft een bijna tweemaal zo grote kans. Verder is bekend dat telewerken een verhoogd risico met zich meebrengt (door vaker laptopgebruik of langer doorwerken). Ook lopen uitzendmedewerkers en medewerkers met een tijdelijk contract meer risico. Activiteitsgebonden factoren die de kans op RSI verhogen zijn:

  • precisie bewegingen
  • eenzijdige bewegingen
  • statische houding (langdurig in één houding werken)
  • werken in een ongemakkelijke houding
  • trillingen
  • activiteiten waarbij veel kracht nodig is
  • gebrek aan afwisseling met andere activiteiten

Test je eigen risico op RSI

Wat is jouw zwakke plek als het gaat om RSI-risico's? Een antwoord krijg je na het doorlopen van de zeven testen van het Bureau Beroepsziekten van de FNV. Hiermee kun je nagaan waar je individuele risico's op RSI liggen. In het bijzonder beeldschermwerkers krijgen zo een goed beeld van hun zwakke plekken.

In de testen komen aan de orde:

  • werkdruk
  • werktijden en pauzes
  • beeldscherm
  • toetsenbord en muis
  • stoel, bureau en accessoires
  • verlichting, geluid en klimaat
  • zithouding en werktechniek
  • thuissituatie

Iedere test wordt afgesloten met een beoordeling. Vul alle testen in en je krijgt een totaal aan scores.
Ga naar http://www.arbobondgenoten.nl/arbothem/lichblst/rsi/testen/rsitesten.htm

Steun RSI-vereniging

Nog geen lid?